The making of

The making of

Lees op deze pagina hoe Francien kattenportretten tekent



Nadat ik héél veel foto’s van de desbetreffende katten heb bekeken, in dit geval van Lola (cypers) en Zwitje (zwart-wit), maak ik een aantal schetsjes om de beste compositie te bepalen. Daarna ga ik groot schetsen, net zo lang tot de katten goed op het papier staan. (Deze tekening wordt ongeveer 40×50cm) Vervolgens trek ik mijn schets over met donkerbruin (aquarel)kleurpotlood, en als ik daar mee klaar ben ziet hij er zó uit.

Je ziet dat ik de tekening eigenlijk al grof gemaakt heb, met de nadruk op de lichte en donkere gedeeltes. Alleen zit er nog geen kleur, geen detail en al helemaal geen gevoel in. Dit is mijn ondertekening, de basis waarop ik de échte tekening ga maken.

 Uitgummen?
Ik had mijn schets in bruin aquarelpotlood overgetrokken. De volgende stap een is een hele vreemde.
Ik gum de hele tekening namelijk weer uit. Dat wil zeggen ik gum zachtjes over de tekening heen en daarbij verdwijnt het grafietpotlood (van de schets) en blijft alleen een gedeelte van het bruine aquarelpotlood staan. Zo krijg ik een mooie, schone tekening, want als je over grafietpotlood heen gaat werken met aquarel of kleurpotlood wordt het altijd vies. De tekening ziet er nu zo uit.

Nu breng ik een heel dunne laag aquarelverf aan. Daarbij loopt het bruine aquarelpotood uit, want dat doet het dus als het nat wordt. Je krijgt dan mooie, zachte lijnen. Als alles weer droog is begin ik aan de eerste laag kleurpotlood. Ik werk in elke tekening van linksboven naar rechtsonder (ik ben rechtshandig), anders krijg ik vlekken. In dit geval ga ik eerst Zwitje uitwerken, en ik begin met de witte gedeeltes van haar vacht. (De zwarte stukken geven veel meer af, dus die bewaar ik tot het laatst.)


De eerste laag teken ik weer met donkerbruin kleurpotlood, nu héél dun. Daaroverheen komt een laag roze, want die kleur zit in de schaduw. En dáároverheen komt een laag oker, waardoor het geheel warmer wordt. Op bepaalde plekken maak ik de schaduwen koeler met grijs. De kleuren zien er op dat moment níet uit, heel onnatuurlijk. Dat verhelp ik door ze in elkaar te werken met een laag wit kleurpotlood en dan ziet het er zo uit.


 De ogen
Het belangrijkste van een portret, of het nou van een mens of een dier is, zijn de ogen. Het is maar een klein stukje van het geheel, maar een goed portret staat of valt ermee. Het is de kunst ze te laten glanzen, uitstraling te geven, ze te laten léven. Maar hoe doe je dat?
Ten eerste door heel goed te kijken. Ten tweede door heel veel te dóen. In mijn eerste kattentekeningen zat lang niet zoveel leven als in die ik nu maak. Oefening baart kunst! Het derde element kan ik niet uitleggen, dat is de magie van het tekenen. Het is het overlaten aan iets wat groter is dan ik, en dat het werk laten doen
.

Dit zijn de ogen van Zwitje. Ik heb de tekening gefotografeerd (hij is veel te groot om onder de scanner te leggen), en dus zijn er kleurverschillen met de originele tekening. (Die is subtieler van kleur.) Maar je krijgt zo toch een indruk. En dit zijn de ogen van Lola. Ik heb voor beide paren ogen minstens acht verschillende kleuren potlood gebruikt.
En ik ben rustig twee uur bezig met één paar ogen.

De tekening ziet er nu zo uit. Zwitje is min of meer klaar, en het hoofd van Lola ook. Je ziet dat ik bezig ben met de rest van Lola’s lijf, eerst weer met een laag donkerbruin. (is nog niet klaar.) Als ik daar tevreden over ben zet ik er een laag oker overheen, dan op sommige delen roze en op andere delen grijs of lichtblauw. Vervolgens komt er nog een laag lichterbruin overheen en omdat Lola op sommige plekken wat roods in haar vacht heeft ook nog roodbruin en geel. Dat ga ik dan allemaal in elkaar werken met wit en creme, en dan volgt de laatste laag in zwart.
Tijdens elke laag teken ik alleen maar haartjes, geen vlakken. Zo ontstaat langzaam de structuur van de vacht. Tenslotte ga ik de tekening afwerken.

  De afwerking                                                                                                                  
Een paar volle dagen heb ik uren en uren zitten werken aan de vacht van Lola. Hoeveel lagen kleurpotlood ik heb gebruikt weet ik niet precies meer, want ik raakte op een gegeven moment de tel kwijt, maar ik denk een stuk of acht. Het duurde ook zo lang omdat het een flinke oppervlakte was en ik alleen maar haartjes teken, geen vlakken. Honderdduizenden haartjes.
Dit is een detail van Lola’s vacht.
Die haartjes moet je niet te regelmatig tekenen, anders wordt het te stijf, en je moet ze ook niet te wild tekenen, want dan wordt het een zootje. Ik bouw zo’n vacht laag over laag over laag op, net zo lang tot ik er tevreden over ben.

 De schoonmaak
Als ik klaar ben moet ik mijn papier goed schoon maken, want al dat kleurpotlood (vooral de donkere kleuren) geeft flink af. Daarna spuit ik er een laag fixatief overheen. Het laatste stadium van de tekening is het aanbrengen van de snorharen. Dat doe ik met dekkende witte verf en een héél dun penseeltje

                                            

Het is altijd een leuk klusje, want het geeft meestal een spectaculair effect. Nu is de tekening klaar. Als ik hem voor mezelf gemaakt had zou ik er een achtergrondkleur achter hebben gezet, maar mijn opdrachtgevers hebben gevraagd om een tekening zonder achtergrond en dat is ook mooi. Bram gaat er een goede scan van maken, wat nog een heel karwei is, want dat moet in delen. De scan is nodig als ik de tekening later wil gebruiken voor agenda’s, kalenders en andere toepassingen.


Het origineel kan nu worden opgehaald door de opdrachtgevers. En daarna begint het hele proces opnieuw, met de volgende tekening!  

Share this: